2009 januari 10: Duurzaamheid in Heusden
Duurzaamheid staat momenteel hoog op de politieke agenda in Nederland. De rijksoverheid heeft in het Vierde Nationale Milieubeleidsplan grote ambities neergelegd. In 2030 moet Nederland een duurzame samenleving zijn. Nederland moet bijvoorbeeld één van de schoonste en zuinigste energielanden in Europa zijn.
De Nederlandse gemeenten spelen hierbij uiteraard een belangrijke rol. Het beleid t.a.v. de duurzaamheid in de gemeente Heusden is opgezet rond de vier belangrijkste pijlers:
- Klimaat
- Biodiversiteit
- Kwaliteit van bodem, water en lucht
- Mondiale solidariteit.
Deze vier pijlers zijn uitgewerkt in de zgn. duurzaamheidsagenda die in de raadsvergadering van 17 december 2008 werd vastgesteld. In die agenda staan een groot aantal items die al gerealiseerd zijn en items die de komende jaren worden opgepakt. Met de meeste van die items hebben wij als Gemeentebelangen geen moeite. Ook onze partij is voorstander van een duurzaam beleid (wie niet?) en zaken als energiezuinig bouwen, afkoppelen regenwater van riool e.d. krijgen ook onze steun.
Bij diverse punten uit de duurzaamheidagenda zetten wij echter grote vraagtekens. Hieronder komen we daarop terug. Uiteindelijk hebben wij wel vóór de duurzaamheidagenda gestemd maar we hebben wel een groot voorbehoud gemaakt ten aanzien van die punten. Wij vragen ons af of sommige maatregelen inderdaad wel zo duurzaam zijn en of uitvoering daarvan wel wenselijk is. We noemen een aantal voorbeelden.
Windmolens
Windenergie zou in de toekomst best eens een belangrijke energiebron kunnen worden. De gemeente is voornemens om bij wijze van experiment enkele molens te plaatsen bij enkele grote buitensportaccommodaties. Daar hebben wij geen moeite mee, maar men wil ook loyaal medewerking verlenen aan initiatieven om windmolens te plaatsen bij woningen en bedrijven. Een eerste voorbeeld daarvan is al actueel bij een bedrijf aan de Hoeven in Haarsteeg. Het gaat daarbij om molens met een masthoogte van 12 meter of meer; de wieken komen uiteraard daar nog ver boven uit. De molens zullen daarmee dus een heel eindje boven de gemiddelde bebouwing in een woonwijk uitsteken. Wij vragen ons af of het nou wel zo€™n goed idee is en wij zien dat vooralsnog helemaal niet zitten. Los van de hoogte doen zich ook nog andere mogelijke problemen voor zoals geluidsoverlast, schaduwwerking e.d. In het kader van energiebeleid wellicht best een goed idee, maar er zijn nog andere aspecten waar we ook rekening mee moeten houden en dan zetten wij toch grote vraagtekens bij al die hoge windmolens.
Integratie stad en land in Geerpark.
De nieuwe woonwijk Geerpark moet een voorbeeld van een duurzame woonwijk gaan worden. Op zich niks mis mee, ja zelfs een goed initiatief, maar bij de uitvoering schort het een en ander. Op de eerste plaats wordt de bebouwing in het toekomstige Geerpark helemaal doorgetrokken tot de Tuinbouwweg. Naar onze mening zou de Geersloot een veel meer voor de hand liggende bebouwingsgrens zijn. Dan sluit het Geerpark logisch aan op de bestaande noordgrens van de kern Vlijmen; nu dreigt er een puist aan de noordgrens van de bebouwing te ontstaan. Op de tweede plaats vragen wij ons af of de integratie van stad en land wel zo duurzaam is. Er komen als het ware kamers van bebouwing in het landschap, waarbij het landschappelijk karakter zoveel mogelijk gehandhaafd blijft. Maar wonen en natuur gaan nou eenmaal moeilijk samen. Enerzijds krijgen bewoners vaak overlast van die omgeving (ongedierte zoals mollen, muizen en ratten); anderzijds wordt de natuur zodanig verstoord (wandelaars, spelende kinderen e.d.) dat de natuurwaarde ook voor een groot deel verloren gaat. Naar onze mening zou de duurzaamheid veel meer gediend zijn als het gedeelte ten noorden van de Geersloot niet bebouwd zou worden en beschikbaar zou blijven voor de vollegrondstuinbouw. De zichtlijnen op de abdij (iets wat het college zo belangrijk schijnt te vinden) blijven dan ook veel meer in tact.
Landgoederenzone ten noorden van Haarsteeg
Tussen de Veldweg in Herpt en de Koningsvliet ten noorden van Haarsteeg wil men een zgn. landgoederenzone creëren. Het huidige mooie open poldergebied wordt opgeofferd voor de bouw van een aantal landhuizen (gedacht moet worden aan ongeveer één landhuis per vijf hectare). Een ecologische verbindingszone langs de Koningsvliet kunnen wij van harte ondersteunen; die levert inderdaad een echte bijdrage aan een duurzaam beleid. Maar landgoederen? Het open poldergebied heeft zijn eigen kwaliteit, zijn eigen waarde en dat is waard om behouden te blijven. Bossen en water hebben we al genoeg in onze gemeente. Bebouwing van ons open buitengebied moeten we juist zoveel mogelijk voorkomen. Ons buitengebied verdient bescherming en moet zoveel mogelijk in stand gehouden worden. Dat is ook de reden waarom wij als Gemeentebelangen tegen die zoeklocatie voor glastuinbouw ten zuiden van de Koningsvliet zijn.
Overigens blijken er nu ook al elders in de gemeente landgoederen op te duiken. Zo bestaan er al plannen om vier landhuizen te bouwen op de zgn. Hooge Bank (ten west van de Nieuwkuijkseweg tegen het Drongelens Kanaal). En steeds worden die plannen gepresenteerd onder het mom van versterking van het milieu en de natuur. En er worden dan ook concrete verbeteringsmaatregelen genomen (kavelruil, uitbreiding natuurgebied, aanleg recreatieve voet- en/of fietspaden), maar het positieve effect daarvan wordt naar onze mening meer dan teniet gedaan door nieuwe woningbouw midden in de natuur. Hier wordt in feite alleen het economisch belang van een grondeigenaar gediend en dat heeft niks met duurzaamheid te maken.
Groene bufferzone tussen Vlijmen en Haarsteeg
Men wil een groene bufferzone tussen Vlijmen en Haarsteeg creëren en dat lijkt op zich best aantrekkelijk. Maar het betekent ook dat er voor de glastuinbouw geen ruimte meer is en dat men voor die glastuinbouw weer andere ruimte moet gaan zoeken. En dat heeft weer geresulteerd in een zoeklocatie van 400 hectare ten noorden van Elshout en Haarsteeg. In die zoeklocatie moet uiteindelijk 100 hectare glastuinbouw gebouw gaan worden. Glastuinbouw in het nu nog mooie open buitengebied. En dan vragen wij ons toch echt af of deze ruil wel zo duurzaam is.
Centralisatie van de backoffice gemeentehuizen
Een van de voorstellen in de duurzaamheidagenda is ook de centralisatie van de backoffice van de twee gemeentehuizen. De backoffice in het gemeentehuis van Drunen zou moeten verdwijnen; alle ambtenaren verhuizen naar een centrale backoffice bij het gemeentehuis in Vlijmen. Wij kunnen ons nog voorstellen dat je dit voorstel motiveert met andere argumenten (efficiency), maar duurzaamheid?? Natuurlijk ontstaan er minder verkeersbewegingen; ambtenaren hoeven niet meer voor overleg van Drunen naar Vlijmen of omgekeerd. In die zin is er wel een bijdrage aan een duurzaam beleid. Maar die (in principe tijdelijke) centrale huisvesting vraagt ook veel offers (gebruik van schaarse grondstoffen, arbeid, energie) en dat terwijl het nog altijd de bedoeling is om ergens centraal in onze gemeente te komen tot een nieuwe gemeentehuis. Dat is ook onze insteek en tot die tijd moeten we het maar gewoon doen met de middelen die we hebben. Wij zijn dus sowieso al geen voorstander van dit centralisatievoorstel; we vinden dat verspilling van gemeenschapsgeld. Maar we zetten ook grote vraagtekens bij het duurzaamheidskarakter van deze maatregel.
Hoe nu verder?
Uiteindelijk hebben wij dus wel vóór de duurzaamheidsagenda gestemd, maar dan wel met het nadrukkelijk voorbehoud op de genoemde punten. Overigens zal de uitvoering van dit duurzaamheidsbeleid nog heel wat kruim kosten. Er ligt nu een kadernota en die kadernota moet nog uitgewerkt gaan worden in zgn. uitvoeringsnota€™s. Alleen voor klimaatbeleid is geld beschikbaar (ca 70 duizend euro per jaar gedurende drie jaren). Duurzaamheid is dus een onderwerp dat nog vaak op de politieke agenda zal terugkeren.
| < Vorige | Volgende > |
|---|

