2008 maart 11: Bijdrage raadsdebat zaak Timmers
Hieronder de bijdrage van onze fractie aan het raadsdebat, zoals die in de eerste termijn is uitgesproken met aanvullend een kort verslag van de raadsbehandeling.
De procedure tot nu toe.
Eigenlijk willen we aan de procedure tot nu toe niet zoveel tijd besteden. Wij betreuren dat het allemaal zo lang heeft moeten duren. Ruim acht weken wachten op schriftelijke antwoorden is eigenlijk veel en veel te lang. Herhaaldelijk uitstel van behandeling heeft de zaak geen goed gedaan. De antwoorden zijn nu dan eindelijk beschikbaar en als wij die bestuderen, dan vragen wij ons echt af waarom het allemaal zo lang geduurd heeft. Ook het feit dat de coalitie massaal wegblijft bij een raadsvergadering vinden wij ondemocratisch, niet collegiaal en onder de maat. Wij willen het college graag verzoeken aan te geven waarom de beantwoording zo lang op zich heeft laten wachten?
De zaak Timmers zelf.
De bouwaanvrage van Timmers in juni 2006 blijft bij ons veel vragen oproepen. Bij de beantwoording stelt u dat er noch bestuurlijk, noch ambtelijk vooraf toezeggingen aan Timmers gedaan zijn. In uw persbericht spreekt het college wel van gedane toezeggingen en in zijn verzoek tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor spreekt Timmers ook van medewerking van de gemeente; ik citeer letterlijk: "tevoren was in overleg en samenspraak met diverse ambtenaren en wethouder Groen een bouwaanvrage ingediend voor 51 appartementen. Dat bouwplan was ook reeds door de Commissie Welstand op 26 juni 2006 positief beoordeeld"
Vraag voorzitter: hoe kan het college het een met het ander rijmen? Timmers zou bij de indiening van zijn plannen zelfs geadviseerd zijn zoveel mogelijk van de vrijstellingsmogelijkheden gebruik te maken!
Voorbereidingsbesluit juni 2006
Eind juni 2006 wordt het voorbereidingsbesluit Vlijmen-Vliedberg verlengd. In de tekst van het raadsvoorstel wordt nadrukkelijk aangegeven dat ook de bescherming van de Wolput is gehandhaafd. Maar tijdens de vergadering wordt alsnog dat gebied eruit gehaald. Het antwoord op de vraag terzake (vraag 4) is zeer vaag en onduidelijk. Zowel de opsteller van het voorbereidingsbesluit als het bestuur hadden niet precies in beeld hoe de nieuwe plannen zich verhielden tot de oorspronkelijke plannen. Zij hadden ook geen reden te vermoeden dat het bouwprogramma, geïntensiveerd was en daarom is toen het besluit genomen om de locatie alsnog uit te zonderen. Maar voorzitter, als je dit antwoord leest, dan kun je met dezelfde argumenten ook stellen dat voortzetting van de bescherming via het voorbereidingsbesluit voor de hand lag. Immers men had geen exact beeld en baadt het niet, het schaadt ook niet. Als het college de bescherming van dit gebied gewoon gehandhaafd had, dan zouden de problemen (o.a. die dreiging van een rechtszaak wegens onrechtmatige daad) in september en daarna zich waarschijnlijk niet voorgedaan hebben.
Graag nog een toelichting op dit antwoord.
Voorbereidingsbesluit september 2006
In september moet plotseling weer wel een voorbereidingsbesluit genomen worden. Het bouwplan dat in juni 2006 kennelijk nog akkoord werd bevonden moet in september via het voorbereidingsbesluit weer verijdeld worden. Vraag: waarom was die bescherming via een voorbereidingsbesluit in juni niet meer nodig en enkele maanden later weer wel.
Timmers is er niet blij mee en dient meteen een schadeclaim in. In uw antwoord op vraag 10 spreekt u van een vergoedingsplicht die voortvloeit uit het beperken van de bouwmogelijkheden ter plaatse. Dat betekent naar onze mening dat de schadevergoeding volledig gebaseerd is op de beperking van de bouwmogelijkheden als gevolg van dat voorbereidingsbesluit en het nog vast te stellen nieuwe bestemmingsplan dat daarop nog moet volgen. Deelt u deze mening?
In het collegebesluit van 25 september 2007 lezen we echter dat de bouwplannen strijdig zijn met het vigerend bestemmingsplan. Dat zou dus in dat geval inhouden dat er geen vergoedingsplicht kon ontstaan of zien wij dat verkeerd? Graag een antwoord.
Geheimhouding
Op onze vraag waarom het besluit tot toekenning van schadevergoeding in september 2007 zo lang onder de pet werd gehouden antwoordt u dat het betreffende collegebesluit aanvankelijk werd beschouwd als een deelbesluit. Het lag in de bedoeling om het complete dossier op een later tijdstip aan de raad voor te leggen omtrent de ontwikkeling van het gehele gebied. Dit antwoord kunnen wij niet begrijpen. In september was allang voldoende duidelijk dat zaken met Conforza nooit voor eind december geregeld zouden zijn. Terwijl dat wel de afloopdatum van de overeenkomst met Timmers was. Vervolgens stelt u dat het deelbesluit in december alsnog aan de raad voorgelegd zou zijn. Volgens ons is dat echter nog nooit gebeurd. Of u moet het per abuis ter inzage leggen van het dossier bedoelen. Maar iets ter inzage leggen is niet hetzelfde als een voorstel ter besluitvorming voorleggen aan de raad. Wij zijn van mening dat het college de raad meteen in september al had moeten informeren. Sterker nog, wij zijn van mening dat het college de raad wel degelijk had moeten consulteren. Een overeenkomst waarin een bedrijf een schadevergoeding van 1 miljoen euro wordt toegekend, kun je niet maandenlang geheim houden.
Mogelijke rechtszaak
In juni 2006 wordt er een bouwaanvrage ingediend voor 51 appartementen, nogmaals volgens Timmers na overleg met ambtenaren en met wethouder Groen. De locatie wordt eind juni alsnog uit het voorbereidingsbesluit gehaald. Timmers lijkt aan de slag te kunnen.
Maar in september komt er alsnog een voorbereidingsbesluit met als gevolg, of als doel zo u wilt, beperking van de bouwmogelijkheden. Dat accepteert Timmers weer niet en hij dreigt met een gerechtelijke procedure, naar nu blijkt niet vanwege een van rechtswege verleende vergunning maar vanwege een onrechtmatige daad. Het college gaat zeer snel akkoord met een schadevergoeding, enerzijds om de projectontwikkelaar tegemoet te komen en anderzijds om een langslepende rechtszaak te vermijden. Een langslepende rechtszaak die u als college zelf veroorzaakt heeft, zo concluderen wij. Immers als u in juni 2006 de bescherming van het voorbereidingsbesluit niet opgeheven had, dan was een nieuw voorbereidingsbesluit überhaupt niet nodig geweest. Graag uw reactie.
Zo snel akkoord gaan met een schadevergoeding houdt naar onze mening ook in dat je erkent dat er inderdaad sprake is van een onrechtmatige daad. Waarom zou je anders 1 miljoen euro willen betalen. Als er inderdaad niets aan de hand zou zijn, waarom dan niet met een gerust hart die rechtszaak afwachten?
Bovendien stelt u in uw nota van antwoord dat door het voorkomen van een langslepende rechtszaak een zekere planschadeclaim is voorkomen, die de overeengekomen compensatie zou overstijgen. Waarom spreekt u van een zekere planschadeclaim en waarom zou die hoger uitgevallen zijn dan de nu overeengekomen een miljoen euro?.
Recht op schadevergoeding
Bij de beantwoording van vraag 29 schrijft u dat de financiële compensatie gebaseerd is op enerzijds eerdere afspraken c.q. gegeven verwachtingen en anderzijds op de planschade die voortvloeit uit de herziening van het bestemmingsplan. Wij willen graag van u weten welke eerder afspraken c.q. verwachtingen hier precies bedoeld worden. Wat is er afgesproken, wanneer en door wie en wanneer zijn er verwachtingen uitgesproken, door wie en welke verwachtingen waren dat?
Vaststellingsovereenkomst
Vooraf juridisch advies inwinnen leek u niet nodig. Want er was ook in het verleden al de bereidheid om exploitatietekorten aan te vullen en de overeenkomst wijkt niet substantieel af van gangbare ontwikkelingsovereenkomsten. Voorzitter: de politieke bereidheid om exploitatietekorten aan te vullen is nimmer of nooit in de gemeenteraad aan de orde gekomen. Bovendien was die bereidheid van het college in 2000 (coalitie HE, VVD, DMP en VVD) om een vergoeding beschikbaar te stellen van een geheel andere orde dan nu wordt voorgesteld. Toen ging het om 2.300.000 gulden voor 69 appartementen; nu praten we over 2.350.000 euro voor 33 appartementen en 20 grondgebonden woningen. Het bouwprogramma is nog niet eens zoveel kleiner maar de vergoeding is wel meer dan verdubbeld. Bovendien was de overeenkomst helemaal niet zo gangbaar als u veronderstelt; immers dergelijke overeenkomsten zijn in de Heusdense politiek nog nooit of zelden voorgekomen. Alle reden om wel juridisch advies in te winnen en om de gemeenteraad te consulteren.
Schadevergoeding in de vorm van een bouwclaim.
Bij beantwoording van vraag 18 stelt u dat de compensatie ook mogelijk is in de vorm van een bouwclaim. U bedoelt, zo nemen wij aan, levering van bouwrijpe grond t.w.v. van een miljoen euro met daarop een bouwclaim. De vaststellingsovereenkomst spreekt namelijk nadrukkelijk van de levering van bouwrijpe grond. Graag een bevestiging hiervan.
Mondelinge afspraken
In de vaststellingsovereenkomst wordt door partijen afgesproken dat men geen beroep meer kan doen op mondelinge afspraken. Daaruit kun je afleiden dat men dat in een eerder stadium wel deed. In uw antwoord schrijft u dat de beeldvorming bij partijen sterk van elkaar afweek en dat wilde men expliciet afsluiten.
Vraag: hoe kan bij de twee betrokken partijen de beeldvorming zo afwijken en waaruit bestonden die afwijkingen. Graag een toelichting hierop.
Tot zover in eerste termijn; wij wachten de antwoorden graag af.
In de reactie van het college op de door ons en andere fracties gestelde vragen kwamen o.a. de volgende zaken aan de orde.
Het feit dat het allemaal zo lang geduurd heeft werd door het college toegeschreven aan de complexheid van de gehele zaak, waarbij diverse dossiers geraadpleegd moesten worden. En passant deelde wethouder Van Mierlo ook nog even mede dat de lange wachttijd ook te maken had met het feit dat het Wolputdossier lange tijd gewoon kwijt is geweest. Het dossier is pas enkele weken geleden weer opgespoord.
Wat de zaak Timmers zelf betreft: dit college heeft de ambitie om zaken op te lossen. De Wolput-kwestie sleept al jaren en vorige colleges kwamen niet tot een oplossing, o.a. ook vanwege het feit dat de verwerving van het Van Zon-perceel niet tot stand gebracht kon worden. Van Zon koppelde dat nl. aan de legalisering van zijn bedrijf aan de Veldweg, iets wat voor diverse voorgaande colleges onaanvaardbaar was. Die zaak wordt nu tot een oplossing gebracht, waardoor ook een oplossing van het Wolputprobleem dichterbij komt.
Men wil het verpauperde gebied saneren en daar een goede stedelijke invulling aan geven. Geen massaal bouwprogramma met hoogbouw, maar een deel appartementen en een deel grondgebonden woningen, passend in de omgeving. En dan moet daar geld bij. Men ziet het bedrag dat aan Timmers betaald moeten worden dus niet als een schadeloosstelling, maar als een bijdrage in een negatieve exploitatie van het Wolput-gebied, aldus het college, daarbij gesteund door de coalitiepartijen.
De oppositiepartijen gaven aan ook best bereid te zijn geld in deze sanering te stoppen, maar stelden grote vragen bij de gang van zaken. De vaststellingsovereenkomst spreekt namelijk wel degelijk over een schadevergoeding, die een gevolg zou zijn van de beperking van de bouwmogelijkheden voor Timmers.
De gang van zaken rondom de voorbereidingsbesluiten in juni en september 2006 is ronduit ontluisterend te noemen. In juni 2006 haalde het college de Wolput tijdens de raadsvergadering uit het voorbereidingsbesluit. Het college verkeerde in de veronderstelling dat het bouwplan Timmers met 51 appartementen betrekking had op het gehele Wolput-gebied. Later werd het college pas duidelijk dat die 51 appartementen alleen op het westelijk deel van het gebied gerealiseerd zouden worden, maar toen was het kwaad al geschied. Toen de bouwplannen in september alsnog verijdeld moesten worden via een nieuw voorbereidingsbesluit zag Timmers dat als een onrechtmatige daad en dreigde met een rechtszaak. De data voor een getuigenverhoor met de wethouders Van Mierlo en Groen waren al gepland, maar uiteindelijk is dat allemaal niet doorgegaan. Partijen kwamen al eerder tot een schikking in de al genoemde vaststellingsovereenkomst.
Wat de geheimhouding betreft: het college bleef bij zijn standpunt dat het ging om een deelbesluit, dat niet aan de raad gemeld hoefde te worden. De oppositie was van mening dat de raad geïnformeerd en zelfs geconsulteerd had moeten worden.
Het debat eindigde met de besluitvorming over een krediet van 2.350.000 euro, waarvan een miljoen voor Timmers en 1.350.000 euro voor Conforza, die het oostelijk deel van het Wolputgebied gaat saneren.
Die 1 miljoen voor Timmers kreeg de goedkeuring van de meerderheid van de raad (coalitie vóór, oppositie tegen).
Wat het krediet voor Conforza betreft: Gemeentebelangen stelde dat dit voorstel niet onderbouwd was, het was voorbarig, Conforza heeft immers nog geen aankopen in het gebied gedaan en de besluitvorming kon best uitgesteld worden, bijvoorbeeld tot de vaststelling van het nieuwe bestemmingsplan, dat binnenkort nog in de raad komt. Na flink aandringen moest de wethouder toegeven dat er geen enkele juridische belemmering is voor verder uitstel en met steun van GroenLinks en de oppositiepartijen werd dat voorstel dan ook verworpen. Later dit jaar zal dat ongetwijfeld nog terugkomen.
Verder besloot de raad om in het presidium verder te praten over het al dan niet instellen van een nader onderzoek naar de gehele gang van zaken en daarmee werd de discussie dan afgesloten.
Kees Musters
| < Vorige | Volgende > |
|---|

